LogoRld.jpg

header.jpg

Kleine landschapselementen

Met kleine landschapselementen, afgekort KLE, bedoelen we de vele 'kleine' natuurelementen die ons landschap mee vorm geven: bomenrijen, hagen, houtkanten, waterlopen en poelen.  Ook hoogstamboomgaarden, holle wegen en graften worden bij de kleine landschapselementen gerekend.  (Graften zijn taluds, met gras of struiken en bomen begroeid, en vaak gelegen tussen twee hellende landbouwperelen.)

Essentiële groene en blauwe linten

Kleine landschapselementen zijn onmisbaar in het landschap.  Zonder hen zou ons landschap er een pak saaier uitzien.  Belangrijker is echter hun natuurfunctie.  In ons intensief gebruikte landschap - er is vrijwel overal bebouwing of landbouw - zijn de KLE vaak de enige en laatste stukjes 'wilde' natuur.  Voor onze fauna en flora zijn ze dan ook uiterst belangrijk.  Zij leven immers niet alleen in geïsoleerde natuurreservaten of bossen.  Verschillende planten en dieren zijn zelfs gebonden aan een kleinschalig landbouwlandschap, d.w.z. een omgeving met akkers en weilanden, doorsneden met talrijke houtkanten, holle wegen enzomeer.  Zonder KLE zijn deze soorten verloren.

In de kleine landschapselementen vinden dieren beschutting, bouwen ze hun nesten en vinden ze voedsel (zaden, bessen, insecten, ...).  Ze gebruiken de KLE ook om zich te verplaatsen doorheen het landschap.  Zeg nu zelf, als klein knaagdiertje loop je toch liever dicht langs de struiken dan dat je een open veld oversteekt waar een hongerige roofvogel je meteen in de gaten heeft? 

Ook voor onze flora is het belang van de KLE niet te onderschatten.  In onze aangelegde tuinen en op akkers en weilanden is er immers niet veel of geen plaats meer voor de natuurlijke plantengroei.  Gelukkig wel in de kleine landschapselementen.  Vooral in holle wegen kan een heel gevarieerde plantengroei (kruiden, struiken, klimplanten en bomen) voorkomen.

Van gegeerd naar geweerd

Veel KLE werden vroeger doelbewust aangelegd: ze hadden een economische functie.  Men groef poelen om het vee te laten drinken, men plantte meidoornhagen om het vee in de wei te houden en met knotbomenrijen of houtwallen bakende men percelen af.  Men had er dan ook alle belang bij de KLE goed te onderhouden.  Het snoeihout kon men bovendien nuttig gebruiken als brand- of geriefhout.

Jammer genoeg hebben de KLE de laatste 50 jaar flink ingeboet aan natuurwaarde.  De intensivering van de landbouw en de toenemende bebouwing maken dat vele kleine landschapselementen simpelweg verdwenen zijn of 'ingekort': kaalgekapt, omgeploegd, opgevuld of afgegraven, omgevormd tot opritten en tuinen enz.  Veel poelen zijn vervangen door badkuipen, de meidoornhagen door prikkeldraad, ... .  De KLE die er nog zijn hebben dikwijls te lijden onder de inspoeling van pesticiden en meststoffen waardoor de flora-rijkdom achteruit gaat en bijgevolg ook het dierenleven. 

De Regionale Landschappen zetten zich in om de kwaliteit van en densiteit aan kleine landschapselementen te verbeteren.  We planten jaarlijks nieuwe KLE aan, voeren achterstallige onderhoudswerken uit of maken beheerplannen op voor de gemeenten (voor holle wegen).

Kijk voor meer info bij de lopende projecten en de andere thema-artikels onder Natuur en landschap. We hebben ook enkele praktische brochures die je kan bestellen of gratis downloaden.