LogoRld.jpg

header.jpg

Poelen, parels in het landschap

Een poel is een kleine en relatief ondiepe waterpartij met stilstaand water, gevoed door regen- of grondwater. Poelen zijn meestal door de mens uitgegraven als drinkplaats voor het vee. Waar bronwater opwelt kunnen ook poelen ontstaan op een natuurlijke manier.

Poelen zijn niet alleen nuttig als veedrinkplaats. Ook op ecologisch vlak zijn ze erg waardevol, want poelen vormen rijke biotopen (leefplekken) waarin allerhande water- en moerasplanten, insecten en amfibieën een thuis vinden.

Van poel naar badkuip

Ons landschap, en dan vooral ons agrarisch landschap, was vroeger bezaaid met poelen. Door het moderniseren van de landbouw is de economische functie ervan bijna volledig verloren gegaan. Veel poelen werden gedempt of verlandden door gebrek aan onderhoud en werden vervangen door bad- en andere kuipen. Ook de daling van de grondwatertafel deed sommige poelen de das om. Bovendien ging de kwaliteit van de overgebleven poelen sterk achteruit. Het water raakte vervuild door kunstmeststoffen en pesticiden, wat uiteraard erg nefast is voor het leven in deze zoetwater-ecosystemen.

Een bron van leven

Gelukkig begint men nu het ecologisch en landschappelijk belang van deze biotopen in te zien. Men schat dat er wel duizend verschillende soorten organismen in één poel kunnen zitten. Daarnaast profiteren veel vogels en zoogdieren van het water om hun dorst te komen lessen.

Poelen zijn onmisbaar als voortplantingsplaats voor onze amfibieën (kikkers, padden en salamanders). Deze diertjes brengen een groot deel van het jaar op het land door, maar elk voorjaar zoeken ze waterplassen op om zich voort te planten. Vaak trekken ze naar dezelfde poel als waar ze geboren zijn. De wijfjes zetten hun bevruchte eitjes (kikkerdril) af in het water. Na enkele weken komen dan de larven, ook dikkopjes of kikkervisjes genoemd, uit. Pas nadat de larven hun metamorfose tot volwassen amfibie hebben volbracht, verlaten ze het water. In vervuild water sterven veel larven helaas af en zal de voortplanting niet succesvol zijn.

Natuurlijke netwerken

Voor de overleving van amfibieën is het ook belangrijk dat de omgeving van de poelen rijk is aan natuur. Op het land houden ze zich immers schuil in natte graslanden en ruigtes, houtkanten en bosjes. Om te overwinteren zoeken ze beschutting onder bladeren, takkenhopen of stenen waar ze een winterslaap houden.

Ook van belang voor het in stand houden van amfibieënpopulaties is dat poelen niet geïsoleerd liggen. Met andere woorden, er is een netwerk van poelen die dicht genoeg bij mekaar liggen, nodig zodat er genetische uitwisseling en kolonisatie (migratie van de ene poel naar de andere) mogelijk is. Een groep dieren die geïsoleerd leeft loopt veel meer risico om uit te sterven, bijvoorbeeld door ziekte of lokale vervuiling. De meeste amfibieën blijven echter binnen een straal van een kilometer rond hun voortplantingspoel en dat houdt dus risico’s in. Een landschap met voldoende natuurlijke verbindingen, zoals waterlopen en houtkanten, is bovendien nodig om migratie toe te laten.

Regionaal Landschap Dijleland vzw legt nieuwe poelen aan of herstelt oude, verlande poelen (project Breedsmoel zoekt poel).  Bijzondere aandacht besteden we aan twee kwetsbare amfibieënsoorten: de Vroedmeesterpad en de Kamsalamander.

Praktische info over poelen vind je ook in deze brochure.