header.jpg

Kleine landschapselementen

Met kleine landschapselementen, afgekort KLE, bedoelen we de vele 'kleine' natuurelementen die ons landschap mee vorm geven: bomenrijen, hagen, houtkanten, waterlopen en poelen.  Ook hoogstamboomgaarden, holle wegen en graften worden bij de kleine landschapselementen gerekend.  Kleine landschapselementen zijn onmisbaar in het landschap.  Zonder hen zou ons landschap er een pak saaier uitzien.  Nog belangrijker is echter hun natuurfunctie.

Lees verder...

Hoogstamboomgaarden, lekkere natuur

Al eeuwenlang houdt de mens zich bezig met het kweken van fruit. De Romeinen brachten de eerste veredelde appel- en perenrassen naar onze streken. Deze hadden mooiere, grotere en lekkerdere vruchten dan de wilde variëteiten.

Plaatselijke monniken, kasteelheren en boeren gingen nadien duchtig door met het kweken van nieuwe rassen. Hierdoor ontstonden verschillende rassen typisch voor België, Vlaanderen, een streek, een gemeente, ...

Lees verder...

Poelen, parels in het landschap

Groene kikker 1Poelen zijn niet alleen nuttig als veedrinkplaats. Ook op ecologisch vlak zijn ze erg waardevol, want poelen vormen rijke biotopen (leefplekken) waarin allerhande water- en moerasplanten, insecten en amfibieën een thuis vinden. Ons landschap, en dan vooral ons agrarisch landschap, was vroeger bezaaid met poelen. Door het moderniseren van de landbouw is de economische functie ervan bijna volledig verloren gegaan. Veel poelen werden gedempt of verlandden door gebrek aan onderhoud en werden vervangen door bad- en andere kuipen.

Lees verder...

Knotbomen, knoestige knapen

Een knotboom is een boom die regelmatig gesnoeid wordt op een welbepaalde hoogte. Meestal gebeurt dit op zo’n twee meter stamhoogte. Door het regelmatig terugsnoeien ontstaat er na verloop van tijd op de stam een knoestige ‘knot’. Vandaar de naam van deze groeivorm. Bij knotbomen denken veel mensen spontaan aan de knotwilg, verruit de meest gebruikte soort voor deze beheertechniek. Maar er kunnen ook tal van andere bomen als knotboom worden beheerd: Gewone es, Haagbeuk, iepen en eiken bijvoorbeeld, maar ook Zwarte els, abeel en Zwarte populier.

Lees verder...

Holle wegen, landschappelijk erfgoed

Een holle weg is een weg of pad waarvan het wegdek lager ligt dan het omliggende land. Eeuwenlang gebruik van hetzelfde pad, te voet of met paard en kar, leidde tot een natuurlijk erosieproces. Losgewoelde aarde spoelde af met het regenwater en op die manier diepte de weg zich jaar na jaar verder uit. Het is een proces dat ook vandaag nog optreedt zolang het wegdek onverhard blijft. Per definitie noemen we een weg een ‘holle weg’ wanneer het wegdek minstens een halve meter lager ligt dan de gronden rondom.

Lees verder...

Autochtone en streekeigen bomen en struiken

Streekeigen – of inheemse – bomen en struiken zijn soorten die van nature voorkomen in een bepaalde streek. Ze hebben zich in de loop der tijd aangepast aan het lokale klimaat en de plaatselijke bodem. Voorbeelden van streekeigen bomen en struiken zijn de beuk, linde, zomereik, tamme kastanje, hazelaar, haagbeuk, meidoorn, taxus, enzovoort.... Streekeigen soorten hebben talrijke voordelen. Streekeigen bomen en struiken groeien sneller, hebben een langere levensduur, aangepast aan ons klimaat en zijn beter bestand tegen plaatselijke ziekten en (insecten)plagen.

Lees verder...