LogoRld.jpg

header.jpg

Akkervogels

Akkervogels zijn vogels die leven in en rond het landbouwgebied en van de landbouw afhankelijk zijn. De Geelgors, de Grauwe gors, de Veldleeuwerik, de Patrijs, de Ringmus en de Grauwe kiekendief zijn hier voorbeelden van.  Om te kunnen overleven moeten drie belangrijke elementen in het landschap aanwezig zijn: geschikte nestgelegendheid, zomervoedsel en wintervoedsel.

De eisen die ze stellen aan hun nestgelegenheid kunnen van soort tot soort verschillen. Vogels van open gebieden zoals bijvoorbeeld de Veldleeuwerik, broeden in open graanakkers en in grazige stroken temidden van de akkers.  Vogels van kleinschalig landschap daarentegen, zoals bijvoorbeeld de Geelgors, verblijven steeds in de buurt van hagen of houtkanten. Het zomervoedsel van de akkervogels bestaat voornamelijk uit insecten, aangevuld met zaden. In de winter leven ze van granen en zaden uit niet geoogste graanranden en braakliggende percelen. Door schaalvergroting en meer efficiënte oogstmethodes in de landbouw verdwenen vele nestmogelijkheden en is er minder voedsel beschikbaar. De laatste 30 jaar zijn vele akkervogelsoorten daarom sterk achteruitgegaan.

Landbouwers kunnen met de Vlaamse Landmaatschappij beheerovereenkomsten afsluiten waarmee ze het voedselaanbod en de nestgelegenheid voor akkervogels verbeteren.

De Geelgors is een koesterbuur van Bierbeek, Overijse en Tervuren.

De Veldleeuwerik is een koesterbuur van Haacht, Kampenhout en Kortenberg.