LogoRld.jpg

header.jpg

Das

Dassen zijn schuwe nachtdieren. Overdag verblijven ze in hun burcht, een ondergronds stelsel van tunnels en kamers. Deze burchten worden generaties na elkaar gebruikt en voortdurend gewijzigd door het graven van nieuwe toegangen. De burchten kunnen heel complex worden en een oppervlakte van enkele are tot 1 hectare en meer beslaan.

Er bestaan twee types van burchten: de belangrijkste is de hoofdburcht, waar de meeste activiteit plaatsvindt. Hier worden ook de jongen geboren. Op hooguit 100 tot 150 meter afstand hiervan kunnen zich enkele bijburchten bevinden. Deze dienen als reserve en zijn regelmatig maar niet permanent bezet. Ze zijn via wissels (vaste routes) met de hoofdburcht verbonden.

Dassen leven in sociale groepen van 3 tot 12 dieren, ook wel clans genoemd. Meestal is er één nest per clan per jaar.

De Das heeft een gevarieerd landschap nodig als leefgebied: kleine en grote bossen, afgewisseld met weiden en akkers doorspekt met kleine landschapselementen zijn ideaal. Als burchtlocatie kiezen ze vaak een hellend, met bomen begroeid terrein.

Dassen zijn alleseters. Hun belangrijkste voedsel zijn regenwormen, maar ze eten ook insecten, granen, vruchten, zaden en zelfs heel af en toe een klein zoogdier. Dassen kunnen op één nacht makkelijk enkele kilometers afleggen op zoek naar voedsel.

De Das kwam tot 1950 vrij algemeen voor in het Dijleland, meer specifiek in het heuvelachtig gebied ten zuiden van de as Leuven-Brussel (Midden-België). De belangrijkste oorzaak van het verdwijnen van de soort is de stroperij en de opzettelijke vernieling en verstoring van burchten. Tussen 1900 en 1950 waren er ‘sociëteiten van dassenvangers’ actief in onze streek. Die gingen met getrainde honden op pad om dassen uit te graven en te doden. De Das werd ook bejaagd. Bovendien was de Das het grootste slachtoffer van door de overheid georganiseerde campagnes tegen hondsdolheid. Daartoe vergaste men in 1953-54 op grote schaal burchten om alzo vossen te verdelgen, maar helaas waren het vooral de dassen die eraan gingen.

Tegenwoordig hebben twee andere redenen een zware impact op bestaande dassenpopulaties: de achteruitgang van het leefgebied (zowel kwaliteit als kwantiteit) en het verkeer. Zo worden er in Haspengouw en Voeren per jaar 30 tot 40 dode dassen langs de weg gevonden.

De laatste jaren wordt er af en toe nog een Das in het Dijleland of Hageland gesignaleerd. Het gaat dan om ‘zwervers’ afkomstig van populaties uit Wallonië, Voeren of Haspengouw waar de Das nog wel algemeen voorkomt.

Lees een uitgebreid artikel over de Das (5Mb)  of vind meer info over het afgeronde project Beschermingsplan Das (2004-2007).