header.jpg

Akkervogels

Akkervogels zijn vogels die leven in en rond het landbouwgebied en van de landbouw afhankelijk zijn. De Geelgors, de Grauwe gors, de Veldleeuwerik, de Patrijs, de Ringmus en de Grauwe kiekendief zijn hier voorbeelden van.  Om te kunnen overleven moeten drie belangrijke elementen in het landschap aanwezig zijn: geschikte nestgelegendheid, zomervoedsel en wintervoedsel.

Lees verder...

Das

Dassen zijn schuwe nachtdieren. Overdag verblijven ze in hun burcht, een ondergronds stelsel van tunnels en kamers. Deze burchten worden generaties na elkaar gebruikt en voortdurend gewijzigd door het graven van nieuwe toegangen. De burchten kunnen heel complex worden en een oppervlakte van enkele are tot 1 hectare en meer beslaan.

Lees verder...

Eikelmuis

Eikelmuizen zijn ongetwijfeld de schattigste knaagdiertjes die in onze natuur voorkomen. Hun zwarte zorro-masker en lange pluizige staart geven hen een uniek uitzicht. Omdat het nachtdiertjes zijn hebben ze grote bolle ogen. Eikelmuizen leven vooral in bossen en bosranden, houtkanten en hoogstamboomgaarden. Omdat ze graag fruit eten vind je ze soms ook dichterbij huis.

Lees verder...

Hamster

De Europese hamster (Cricetus cricetus) is één van onze zeldzaamste en meest bedreigde inheemse zoogdieren.  De 'wilde hamster' houdt van een gevarieerd akkerlandschap.  Hij graaft zijn burchten in graanakkers en voedt zich met kruiden, insecten en graankorrels.  In de volksmond werd hij ooit, in de tijd dat deze diertjes nog een plaag vormden, de korenwolf genoemd.

Lees verder...

Kamsalamander

De Kamsalamander is de grootste inheemse watersalamander in Vlaanderen. In de voortplantingstijd heeft het mannetje een scherp getande rugkam, vandaar de naam van de soort. Het is een zeldzame amfibieënsoort die helaas nog steeds achteruit gaat. De Kamsalamander is een bewoner van kleinschalige landschappen: gebieden met hagen, houtwallen, rijen knotbomen, rietkragen en vochtige bosjes. Hij stelt hoge ecologische eisen aan zijn biotoop.

Lees verder...

Sleedoornpage

De Sleedoornpage is een dagvlinder die van juli tot september vliegt. De vrouwtjes leggen hun eitjes liefst op de jonge takken van de Sleedoorn, maar ook op andere Prunus-soorten zoals kers en pruim. De eitjes overwinteren op de struiken en pas bij het ontluiken van de blaadjes komen de rupsen te voorschijn. In juni verpoppen de volgevreten rupsen en een maand later vliegt er weer een nieuwe generatie vlinders rond.

Lees verder...

Solitaire bijen

In tegenstelling tot honingbijen leven solitaire bijen (ook wel wilde bijen genoemd) niet in kolonies. Elk vrouwtje zoekt een eigen nestholte waarin ze eitjes legt. Sommige soorten graven hiervoor een gangetje in de grond, anderen zoeken bestaande holten in hout, stengels of tussen stenen. Achterin de nestholte wordt dan stuifmeel verzameld en daar wordt een eitje opgelegd. Vervolgens wordt hiervoor een wand gemaakt zodat er een kamertje ontstaat.

Lees verder...

Steenuil

De steenuil is de kleinste onder onze uilen. Hij is herkenbaar aan zijn geringe grootte, slechts 22cm.  Zijn helder citroengele ogen met de donkere pupil geven hem een streng uiterlijk.  Steenuilen eten voornamelijk ongewervelden zoals insecten en wormen. Ook muizen (vooral veldmuis) staan op het menu en soms wel eens een kikker of kleine vogel.

Lees verder...

Vleermuizen

Vleermuizen zijn de enige vliegende zoogdieren. In België komen er 20 soorten voor. Ze brengen hun jongen levend ter wereld en zogen ze.  Ze hebben geen pluimen zoals vogels: hun vleugels worden gevormd door de vlieghuid. Onze vleermuissoorten voeden zich enkel met insecten. Ze jagen ’s nachts en maken gebruik van echolocatie (een sonar) om hun prooi te localiseren en om te voorkomen dat ze botsen. Op één nachtje jagen verorberen ze talloze muggen en andere insecten. 

Lees verder...

Zwaluwen

Zwaluwen zijn echte insecteneters.  Omdat ze hier geen voedsel vinden in de winter trekken ze naar het verre Afrika om te overwinteren. In de lente komen ze terug naar onze contreien om voor nakomelingen te zorgen.  Ze zijn erg honkvast en keren meestal naar dezelfde nestlocatie terug. Huiszwaluwen 'metselen' hun nesten met modder onder de dakgoten van huizen. Boerenzwaluwen zoeken stallen en schuren op om hun nesten te bouwen. 

Lees verder...

Vliegend hert

VliegendhertHet Vliegend hert (Lucanus cervus) lijkt wel een magisch dier, weggelopen uit een sprookjesbos. Maar het bestaat echt. Het is natuurlijk geen hert, maar wel één van de grootste kevers die in Europa voorkomen. De mannetjes worden maar liefst 8 cm groot en hebben grote kaken die doen denken aan het gewei van een hert. De kaken zien er gevaarlijk uit maar hij kan er niet mee bijten. Ze dienen vooral om concurrenten mee te bekampen en om vrouwtjes en vijanden te imponeren.

Lees verder...

Vroedmeesterpad

De Vroedmeesterpad is een kleine pad met een wrattige, bruingrijze huid. De volwassen diertjes worden slechts 3 tot 5 cm groot.   Het is een buitenbeentje onder de padden en kikkers. Van deze amfibieënsoort vind je immers geen eitjes (kikkerdril) in plassen en poelen. Hoe komt dit? De mannetjes nemen als een toegewijde huisvader de broedzorg voor de eitjes op zich gedurende een drietal weken. Hij wikkelt de bevruchte eitjes, die zoals een kralensnoer onderling verbonden zijn, rond zijn achterpoten en draagt ze zo drie weken met zich mee.

Lees verder...