LogoRld.jpg

header.jpg

Trage wegen

Kerkwegels, holle wegen, bospaden, veldwegen… Heel wat van deze trage wegen zijn in het verleden reeds verdwenen of dreigen in de toekomst verloren te gaan. Dat is spijtig, want deze trage wegen bieden heel wat mogelijkheden als wandel- of fietspad, hebben een belangrijke cultuurhistorische en ecologische waarde of kunnen gebruikt worden als veilige verbinding voor zwakke weggebruikers.

Trage wegen zijn verbindingen of paden voor niet-gemotoriseerd verkeer. In tegenstelling tot ‘snelle’ autowegen zijn ‘trage’ wegen in de eerste plaats bedoeld voor wandelaars en fietsers.

Deze trage wegen zijn historische afdrukken van het landelijke wegennet dat op sommige plaatsen zelfs teruggaat tot de Romeinen of de middeleeuwen. Buurt- en voetwegen bijvoorbeeld dienden ondermeer om van het ene dorp naar het andere te gaan, om gehuchten met parochies te verbinden en om boeren toegang tot hun akkers te geven.

De Atlas der Buurtwegen

Na verwaarlozing gedurende enkele decennia werden buurt- en voetwegen in de 19de eeuw onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten geplaatst door de Wet van 10 april 1841 op de Buurtwegen. De tracés en weggrenzen van alle bestaande en in gebruik zijnde buurtwegen, ongeacht de openbare of private eigendom van de bedding, moesten opgetekend worden in de Atlas der Buurtwegen. Hierbij werden ook wegen op een private bedding opgetekend waarop de overheid een gebruiksrecht heeft ten behoeve van het publiek, ook wel wegen met een ‘publieksrechtelijke erfdienstbaarheid van doorgang’ genoemd.

De Atlas der Buurtwegen vertegenwoordigde in het midden van de 19de eeuw een belangrijke momentopname van het patrimonium aan buurtwegen. Nu vormt deze atlas een belangrijke bron voor studie en inventarisatie, maar met de nodige beperkingen. Na 1845 werden namelijk nieuwe tracés erkend en/of aangelegd, terwijl andere tracés verlegd of afgeschaft werden. Deze aanpassingen aan het opgetekende buurtwegennetwerk werden echter niet op de dragers met de oorspronkelijke inventarisaties aangevuld, maar opgetekend op aparte dragers.

Trage wegen op een rijtje

Er zijn heel wat verschillende soorten trage wegen. Als eerste zijn er de officiële buurt- en voetwegen, beschreven in de Wet op de Buurtwegen van 10 april 1841 en opgetekend in de Atlassen der Buurtwegen. Deze Atlassen liggen ter inzage bij de gemeenten en de provincie, en kan je nu ook meer en meer online raadplegen voor verschillende gemeenten in Vlaanderen. De buurt- en voetwegen opgetekend in deze Atlassen zijn openbaar: iedereen mag er gebruik van maken en ze mogen ook niet afgesloten worden. Dit geldt ook voor buurtwegen die gelegen zijn op private eigendom.

Naast de officiële buurtwegen zijn er ook verschillende trage wegen die onder een andere wetgeving vallen. Zo zijn er bijvoorbeeld de wandelwegen in bossen (die vallen onder het bosdecreet), in natuurgebieden (natuurdecreet), de vroegere trein- of trambeddingen (waarvan het juridisch statuut meestal afhankelijk is van de bestemming op het gewestplan) en de dijkpaden, die in beheer zijn van polders en wateringen.

Verder zijn er trage wegen die spontaan gegroeid zijn door het gebruik en onder geen enkel juridisch statuut vallen. Vaak gaat het om kortere verbindingen tussen officiële buurtwegen.

Bedreigingen …

Kerk- en buurtwegen zijn historisch gegroeid en vormen een uitgebreid net van landelijke wegen. Na de Tweede Wereldoorlog daalde hun belang gestaag. Het landelijk wonen wordt populairder, waardoor mensen steeds verder weg van de voorzieningen in dorp of stad gaan wonen. Hierdoor neemt het gemotoriseerd verkeer toe en bijgevolg stijgt ook de vraag naar een uitbreiding van het wegennet. Er komen nieuwe tracés en vooral verharde wegen bij, terwijl vele eeuwenoude tracés onherkenbaar werden, gefragmenteerd geraakten, verlegd werden of verdwenen door de aanleg van nieuwe verkavelingen of industrieterreinen.

Zo werden sommige trage wegen verhard en ingeschakeld in het autowegennet, waardoor ze hun functie van trage weg verloren. Andere trage wegen werden (en worden nog steeds) vaak wederrechtelijk afgesloten door aanpalende eigenaars of worden omgeploegd door landbouwers. Doorheen de jaren ’90 verbrokkelden vooral de resterende niet-verharde wegen, die heden ten dage vaak doodlopen. Door het verlies van hun doorgang- en verbindingsfunctie wordt hun degradatie sterk in de hand gewerkt: overwoekering, herleiding tot voetwegel of simpelweg verdwijnen door gebrek aan onderhoud zijn enkele voorbeelden.

Sinds de Tweede Wereldoorlog zou ongeveer 200.000 km aan voetwegen aan de openbaarheid onttrokken zijn, voornamelijk door middel van legale privatisering en illegale afsluiting. Door waarnemers zou de teloorgang van het land- en voetwegennet in Vlaanderen geschat worden op een kwart tot een derde van het totaal, voornamelijk te wijten aan verharding voor verkeers- en landbouwdoeleinden.

…en vrijwaring!

De hoofdreden van het grote verlies aan buurt- en voetwegen is het verlies van hun functie: meer mensen maken gebruik van de auto voor korte afstanden in plaats van de fiets te nemen of te voet te gaan. Door verdwijnende trage wegen een nieuwe functie toe te schrijven, wordt hun voortbestaan in de toekomst veilig gesteld. Deze nieuwe functie richt zich voornamelijk op veilige verbindingen voor zachte weggebruikers en op zachte recreatie.

Trage wegen kunnen, zeker voor korte afstanden, een alternatieve en verkeersveilige route bieden voor bijvoorbeeld schoolgaande kinderen. Zo zijn er heel wat trage wegen die een verbinding vormen tussen dorpskernen. Ook in een stad kunnen bijvoorbeeld jaagpaden naast waterlopen een veilige verbinding garanderen voor de zwakke weggebruiker. Daarnaast zijn veldwegen en kerkwegels ideaal voor wandelaars, fietsers en ruiters die op een rustige manier van het landschap en de natuur willen genieten.

Voor deze natuur en natuurontwikkeling zijn trage wegen, zeker in Vlaanderen, belangrijk. In het dichtbebouwde Vlaanderen zijn de nog overblijvende natuurgebieden klein en sterk versnipperd. Trage wegen kunnen zorgen voor een ecologische verbinding tussen kleinere natuurgebieden, waardoor tal van planten en dieren zich kunnen verspreiden over een groter gebied. Daarnaast vormen trage wegen specifieke biotopen voor verschillende planten en insecten. Vooral holle wegen hebben een grote ecologische en landschappelijke waarde.

Trage wegen hebben ook een belangrijke cultuurhistorische waarde omdat het bijna allemaal historische verbindingen zijn. De geschiedenis van sommige veld- of kerkwegels gaat terug tot in de Romeinse tijd. Trage wegen zijn getuigen van vroegere verbindingen tussen dorpskernen (kerkwegels), van vroegere doorgangen voor landbouwers (‘karrensporen’), van wegen die vroeger werden gebruikt om boten voort te slepen (jaag- en dijkpaden op oeverstroken) of van vroegere trein- en tramverbindingen (voormalige beddingen). Als trage wegen verdwijnen, gaat ook een deel van ons ‘collectief geheugen’ verloren….

Vandaag zet Regionaal Landschap Dijleland vzw zich in om trage wegen die in het Dijleland aanwezig zijn in de kijker te plaatsen. Dat doen we o.a. door ze te herstellen en toegankelijk te maken voor zachte recreatie. Zie project Trage wegen.