LogoRld.jpg

header.jpg

IJskelders en groentekelders

Het product bij uitstek dat bij onze voorouders voor koeling kon zorgen was water in bevroren toestand. Men probeerde sneeuw en natuurijs te bewaren tot men het nodig had. Hiertoe bouwde men o.a. ijskelders die voldoende thermisch geïsoleerd waren.

Het ijs werd in eerste instantie gebruikt om dranken en ruimten te koelen, en als remedie tegen kwalen. Pas later werd het gebruikt om voedingswaren te bewaren. Het ijs werd o.a. geïmporteerd vanuit Noorwegen. Maar het werd in onze streek ook lokaal gewonnen. In de winter werden blokken ijs uit de bevroren kasteelvijvers gehakt en zorgvuldig in de kelder gestockeerd. Het ijs bleef bewaard tot de volgende winter. Anno 1860 werd het in de praktijk mogelijk om articifieel ijs te produceren. In eerste instantie werd dit ijs ook in ijskelders bewaard. Later maakte de diepvriesinstallatie haar intrede. De ijskelders verloren hun functie. Dit was ook het geval voor de groentekelders die gebouwd werden om vnl. groenten te bewaren. Momenteel doen verschillende kelders in Vlaanderen dienst als winterverblijfplaats voor bedreigde vleermuizen.

Een unieke ijskelder in Huldenberg

In het mooie kasteelpark van Huldenberg ligt een ijskelder. Er zijn ons geen historische documenten bekend waarin de ijskelder van het kasteel van Huldenberg vermeld of afgebeeld wordt. In de ingang van de kelder is een inscriptie aanwezig die het jaartal “1831” vermeld. Wellicht is dit het jaar waarin de kelder gebouwd werd. Het komt in ieder geval overeen met de periode waarin andere ijskelders in Vlaanderen gebouwd werden. De ijskelder van het kasteel van Huldenberg bevindt zich in een hoger gelegen gedeelte van het zuidelijk gelegen bos (i.e., Stokkembos). De ingang bevindt zich – half ingegraven – aan de koele noordzijde en is gekenmerkt door verschillende deurlijsten. De verschillende deuren dienden om verschillende toegangsassen te creëren die het onmiddellijk contact tussen de warme buitenlucht en de ijsmassa moesten vermijden. De kuip zelf ligt volledig ondergronds. Op de kelder staan zes waardevolle taxusbomen. Zij leveren beschutting tegen de zon. De nabijgelegen kasteelvijvers dienden wellicht voor de ijsbevoorrading.

De ijskelder wordt gekenmerkt door een elleboogvormige ingang van ongeveer 8 m die uitmondt in een kuip met cirkelvormig grondplan met een maximale diameter van 5 m (ter hoogte van het ganggewelf). De licht naar onderen versmallende cilindervormige opstand heeft een hoogte van 8 m. De kleinste diameter (onderaan de bodem van de kuip) bedraagt 4 m. De kuip van de kelder bleef nagenoeg intact, maar de toegang was tot voor kort in zeer slechte staat. Om te vermijden dat de constructie verder instortte, drong restauratie zich op. Regionaal Landschap Dijleland vzw liet in 2008 een restauratiedossier opstellen. In 2009 startte het landschapsteam met de restauratie- en inrichtingswerken (project Ijskelders en bunkers), dewelke afgerond werden in het najaar van 2010. Fotoreportage: fase 1 en fase 2.

Over het algemeen stemt het bouwplan van deze ijskelder overeen met andere beschrijvingen van ijskelders in Vlaanderen. De elleboogvorm van de ingang echter kan uniek genoemd worden. Andere ijskelders in de provincie Vlaams-Brabant – zoals die van het kasteel de Broqueville (Kampenhout), kasteel de Merode (Everberg), Salve Mater (Lovenjoel), Vijverhof (Korbeek-Lo), Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (Tervuren), kasteel van Arenberg (Heverlee), Brusselsepoort (Leuven), kasteel d’Overschie (Neerijse), domein van Kwabeek (Vertrijk) en kasteel de Ribeaucourt (Perk) worden gekenmerkt door een eenvoudige, rechte ingang. Enkel de ijskelder in het kasteel ’t Serclaes (Lubbeek) kan – met zijn spiraalvormige ingang – eveneens ‘speciaal’ genoemd worden.

Het bouwplan van groentekelders verschilt van dat van ijskelders door hun eerder langwerpige en ondiepe vorm. De groentekelder in het Klein park in Lovenjoel (Bierbeek) bestaat uit een bakstenen tongewelf van 10 bij 3 m en is in het midden 1.70 m hoog. De kelder heeft een aarden vloer en vier verluchtingsgaten in de noordelijke flank.

Referenties:

Berwaerts, K. 2011. Herstel van de ijskelder in Huldenberg. Een symbiose tussen cultuur en natuur. In: Nijs, G. (red.) BRAKONA Jaarboek 2010 pp. 58-67. Gent. Lees dit artikel.

Berwaerts, K. 2011. Het verhaal over het herstel van de Huldenbergse ijskelder. Meer dan alleen maar bakstenen metselen.... Huldenbergs Heemblad, nummer 1, XXX, 3-21. Lees dit artikel.

Artois, M., Boers, K., Dunon, E., Halflants, J., Vanzavelberg, G. & Willems, W. 2008. De ijskelder van Lubbeek en zijn vleermuizen in het kasteelpark Gillès de Pélichy-de Biolley. Heemkundige kring Libbeke vzw, Natuurpunt Lubbeek vzw & Regionaal Landschap Noord-Hageland vzw, Lubbeek.

D’Hoine, A. 2004. Typologische studie naar ijskelders in Vlaanderen en Brussel. Inventaris – Corpus – Repertorium. Ongepubliceerde licentiaatsverhandeling, VUB, Brussel.

Deneef, R. 2004. Historische tuinen en parken van Vlaanderen. Inventaris Vlaams-Brabant. Bierbeek, Boutersem, Glabbeek en Oud-Heverlee. Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Afdeling Monumenten en Landschappen, Brussel.

Goossens, W. 2010. Na die van Neerijse werd nu ook de Huldenbergse ijskelder heropgeknapt. Huldenbergs Heemblad, nummer 3, XXIX, 157-169. Lees dit artikel.

Lambrecht, J. 2002. Ijskelders staan niet langer in de kou. VCM-contact, IX, nr. 33, pp.7-15.

Reinink, A.W. & Vermeulen, J.G. 1981. Ijskelders. Koeltechnieken van weleer. Uitgeverij Heuff Nieuwkoop, Amsterdam.

Vanzavelberg, G. 2009. De Leuvense stadsijskelders en de tolhuizen aan de Brusselsepoort. In: Kenis, R. & Reekmans, P. (red.) Jaarboek van het Leuvens Historisch Genootschap vzw pp. 9-97. Herent.